Hoe weet je of je iets goed hebt gedaan? Bepaal je dat zelf, of heb je bevestiging van anderen nodig?
Na een presentatie vraagt je collega: "Hoe vond je het gaan?" Sommige mensen kijken naar de reacties van het publiek om dat te bepalen. Anderen weten al precies hoe het ging, ongeacht wat anderen zeggen. Dit is het verschil tussen een extern en intern referentiekader.
Mensen met een intern referentiekader evalueren zelf of iets goed is. Ze hebben een innerlijke standaard en hoeven niet te wachten op feedback van anderen. Ze kunnen koppig overkomen, maar zijn ook consistent en niet afhankelijk van externe validatie.
Kenmerken van intern gerefereerde mensen:
Mensen met een extern referentiekader hebben input van buiten nodig om te weten hoe ze presteren. Ze zoeken feedback, kijken naar statistieken, of vergelijken met anderen. Ze zijn vaak flexibeler, maar kunnen ook onzeker zijn zonder bevestiging.
Kenmerken van extern gerefereerde mensen:
"Het gaat niet om goed of fout - het gaat om bewustzijn. Als je weet hoe je evalueert, kun je bewuster kiezen wanneer je naar binnen of naar buiten kijkt."
Je referentiekader bepaalt hoe je beslissingen neemt en omgaat met feedback. Door je eigen voorkeur te kennen, kun je beter inschatten wanneer je externe input moet zoeken en wanneer je op je eigen oordeel kunt vertrouwen.
Terug naar de kennisbank — of doe de gratis mini-test.